Selecteer een pagina

Workshops

Workshop A. Metabool: vitamine B12, het is echt zo simpel!
Prof. dr. Bruce Wolffenbuttel, UMCG Groningen

In deze workshop wordt ingegaan op de pathofysiologische achtergronden van vitamine B12 deficiëntie. Bij vitB12 deficiëntie spelen zowel insufficiënte voeding, als interfererende medicatie als maagzuurremmers en metformine, maar ook het onvermogen om voldoende B12 op te nemen in de darm, een rol. VitB12 deficiëntie kan een bestaande diabetische neuropathie verergeren. Toch wordt screening op vitB12 deficiëntie niet aanbevolen in de NHG standaard. Steeds vaker worden huisartsen geconfronteerd met patiënten die vermoeden of zeker weten dat zij B12 tekort hebben, en behandeling met injecties wensen om dit probleem op te heffen. Is dit nu een aandoening die echt steeds vaker voorkomt en is behandeling met injecties echt nodig? Aan de hand van praktische casuïstiek wordt de diagnostiek en behandeling van vitB12 tekort besproken, en wordt stilgestaan bij een aantal valkuilen en misvattingen.

 

Workshop B. Diabetes: behandeling van type 2 diabetes – de NHG standaard en meer
Dr. Petra Elders, VUMC Amsterdam

Meneer de Jong, 58 jaar, heeft al 8 jaar type 2 diabetes. De laatste maanden zijn de bloedglucose waarden flink gestegen, ondanks maximale doseringen metformine en gliclazide. Zijn BMI is 34, en HbA1c 9.1%. De POH adviseert te beginnen met insuline behandeling, maar hij wil een van die nieuwe medicijnen, waar je niet van aankomt in gewicht, maar juist door afvalt. De afgelopen jaren zijn nogal wat nieuwe middelen voor de behandeling van type 2 diabetes op de markt gekomen. Van een aantal van deze middelen zijn nu ook robuuste lange termijn gegevens bekend. Fraaie studies in huisartsenpraktijken in Engeland hebben bovendien veel inzicht gegeven in de verschillen in de reactie op glucose-verlagende middelen tussen mannen en vrouwen, en tussen patiënten zonder en met overgewicht. In deze lezing wordt ingegaan op het arsenaal van beschikbare middelen voor de behandeling van type 2 diabetes, en hoe aan de hand van pathofysiologie en patiënt karakteristieken de keuze voor het beste middel bij de individuele patiënt kan worden gemaakt. Tevens wordt stilgestaan bij het geclaimde cardiovasculaire benefit van sommige middelen, en bij mogelijke bijwerkingen.

 

Workshop C. Bijnier: toepassen van corticosteroid stress adviezen in de praktijk.
Dr. Michiel Kerstens, UMCG Groningen

Corticosteroïden worden voor allerlei aandoeningen voorgeschreven, met enige regelmaat voor langere periode, bv bij COPD of polymyalgia rheumatica en levenslang bij mensen met primaire of secundaire bijnierschorsinsufficiëntie. Bij stress, koorts en ziekte dienen gebruikers van corticoïden hun dosering direct aan te passen, teneinde metabole ontregeling en hypotensie/shock te voorkomen. In deze workshop wordt ingegaan op welke wijze bij chronische corticoid gebruik het ontstaan van metabole ontregeling (de zgn. Addisonse crisis) kan worden voorkomen.

 

Workshop D. Gonaden: testosteron deficiëntie en suppletie bij volwassenen.
Dr. Cobi Reisman, Ziekenhuis Amstelland Amstelveen

Meneer Hendriks, 52 jaar, klaagt over vermoeidheid, hoofdpijn, en verminderde libido. Bij bloedonderzoek is zijn testosteron gehalte 2 nmol/l, LH en FSH zijn laag. In deze workshop wordt aan de hand van veel voorkomende klachten en problemen ingegaan op de diagnostiek en behandeling bij de man van klachten van erectiele dysfunctie en hypogonadisme. Wat is zinvolle diagnostiek bij erectiestoornissen, welke diagnostiek is aangewezen in deze situatie, en verandert deze behandeling als specifieke afwijkingen worden gevonden, zoals een verlaagd testosteron gehalte.

 

Workshop E. Metabool: bariatrische chirurgie: selectie van patiënten, technieken en uitkomsten.
Drs. Ewoud Jutte, MCL Leeuwarden

Te zien aan de aantallen maagverkleiningen die tegenwoordig worden verricht, lijkt bariatrische chirurgie beschouwd worden als de beste behandeling van overgewicht, al dan niet in combinatie met type 2 diabetes. Alhoewel in sommige publicaties fantastische resultaten worden gerapporteerd, is er een aanzienlijke groep patiënten bij wie de ingreep beperkt effect heeft, of die na de ingreep complicaties ontwikkelen, zoals klachten van dumping, hypoglycemie, en deficiënties van vitaminen en sporenelementen. In deze lezing worden de indicaties voor bariatrische chirurgie besproken, de meest gebruikte operatieve technieken, en wordt met name ingegaan op de rol die de huisarts kan spelen bij het selecteren van geschikte patiënten, maar ook bij het bewaken en voorkomen van lange termijn complicaties van de ingreep.

 

Workshop F. Diabetes : type 2 diabetes bij ouderen.
Spreker nader te bepalen

Ruim 15% van de 75-plussers heeft type 2 diabetes. Sommigen zijn vitaal en actief, anderen kwetsbaar en beperkt in inspanningscapaciteit of zelfzorg. Juist in deze patiëntengroep geldt behandeling op maat. In deze workshop wordt ingegaan op de specifieke details van de behandeling van type 2 diabetes (en haar co-morbiditeit) bij ouderen, de evaluatie van eventuele kwetsbaarheid, en de persoonlijke benadering in therapiedoelen en behandeling.

 

Workshop G. Gonaden: onderzoek bij galactorroe en menstruatiestoornissen.
Spreker nader te bepalen

Een jonge vrouw presenteert zich met galactorroe en menstruatiestoornissen. Welke diagnostiek kunt u als huisarts al inzetten? Vervolgens ziet u een echtpaar dat graag kinderen wil krijgen, maar nu, 10 maanden na staken van de pil, is de vrouw nog maar één keer ongesteld geweest. Hoe handelt u?

 

Workshop E. Osteoporose in de 1e lijn: do’s and don’ts.
Dr. Natasha Appelman-Dijkstra, LUMC

Postmenopauzale osteoporose komt steeds vaker voor. Met name het op de lange termijn optreden van een heupfractuur heeft ernstige gevolgen, met grote morbiditeit en zelfs verhoogde mortaliteit. In deze workshop wordt aandacht besteed aan:

  1. is er een indicatie voor populatie-brede screening op osteoporose bij 50-plussers
  2. kunnen lifestyle aanpassingen de kans op klinisch relevante fracturen voorkomen
  3. wat is de beste behandeling van osteoporose bij deze patiëntengroep
  4. welke aanvullende maatregelen kunnen de kans op een fractuur verder verminderen, en zijn deze kosten-effectief?